Vijf jaar geleden liep Maurice Molenaar voor het eerst bij Hofmeier binnen. 21 jaar, student bedrijfseconomie en nog zonder vastomlijnd plan. “Ik had geen idee waar ik me in ging begeven,” zegt hij terugkijkend op die begintijd. Wat begon als een afstudeeronderzoek in een voor hem onbekende sector, groeide uit tot een loopbaan waarin hij zich in hoog tempo ontwikkelde.
Het is een combinatie van doen, durven en veel vragen stellen. Maar minstens zo bepalend is de samenwerking met Gerard de Heide, concerncontroller bij Maaswonen en SOR. In de dynamiek tussen hen ontstaat iets wat je niet uit een boek leert: vertrouwen, ruimte en scherpte. Met Maurice blikken we terug op zijn ontwikkeling en in het gesprek met Gerard zien we hoe die ontwikkeling in de praktijk versnelde. Juist door gewoon dingen te doen en te proberen.
De route naar Hofmeier begint allesbehalve gepland. Maurice schreef zich via een docent van de Hogeschool van Amsterdam eerst in voor een onderzoeksproject naar problematiek binnen de corporatiesector. Dat ging alleen niet door vanwege een probleem in de planning. “Hij zei: ik heb een foutje gemaakt, maar ik ken nog wel iemand bij wie je waarschijnlijk een leuk onderzoek bij kan doen,” vertelt Maurice. “En zo kwam ik bij Wobbe en Frank van Hofmeier terecht.”
Voor zijn afstuderen dook hij in de financiële ratio’s van woningcorporaties. Het onderwerp sprak hem op dat moment al aan. “Het was een actueel thema en het leek me interessant om daar met meerdere studenten onderzoek naar te doen.” Het onderzoek beviel, de samenwerking ook. Nog voordat hij goed en wel klaar was, hing de vraag al in de lucht: wil je hier niet gewoon blijven?
Maurice hoeft niet lang na te denken. “De cultuur. Ik zou minder goed passen binnen een groot en extreem commercieel team waar je toch iets meer wegvalt in de groep. Bij Hofmeier voelde het meteen informeel en welkom. Daarnaast wilde ik ook graag mijn cv opbouwen, omdat ik nog niet precies wist wat ik wilde gaan doen. Bij een interim adviesbureau als Hofmeier kun je in verschillende keukens kijken, met verschillende soorten mensen werken en ontdekken wat bij je past. Je zit niet meteen vast in één bepaald vakje en kunt je breder ontwikkelen. En tijdens mijn scriptie heb ik de corporatiesector ook echt leren kennen en ben ik dat interessant gaan vinden. Veel van mijn vrienden hebben ook iets met bouwen of vastgoed. Ze studeren bijvoorbeeld bouwkunde of architectuur of werken bij een aannemer, dus dan is het ook leuk dat je daar met elkaar over kunt praten.”
Die eerste periode is allesbehalve spectaculair. Het is vooral op gang komen; Maurice begint met uiteenlopende werkzaamheden en leert de organisatie en de sector stap voor stap kennen. Zijn eerste opdracht is zelfs niet direct financieel inhoudelijk. “Best grappig, ik moest infographics maken voor een jaarrekening. Dus ik was visueel bezig in plaats van inhoudelijk.”
Daarna volgt het meer operationele werk: servicekosten, crediteurenadministratie en huuradministratie. Werk dat misschien minder zichtbaar is, maar juist een goed beeld geeft van hoe een woningcorporatie functioneert. “Daar moet je wel even doorheen,” zegt hij eerlijk. “Maar je leert hoe processen lopen, hoe afdelingen samenwerken en wie afhankelijk is van wie. Dat is echt waardevol.”
Ervaring opdoen in de praktijk
Juist in die fase merkt hij hoeveel je in de praktijk nog leert. “Op je studie is het allemaal theoretisch. Bedrijfseconomie is een brede opleiding waarmee je veel kanten op kunt, maar hoe een woningcorporatie werkt, dat leer je daar niet. Het is een sector die niet draait om winst, dus dat werkt toch anders dan veel voorbeelden die je tijdens je studie krijgt. De basis van boekhouden is natuurlijk hetzelfde, maar de rest moet je toch in de praktijk ervaren.”
Wanneer merkte je dat je rol veranderde?
“Dat was bij een opdracht in de Food Valley,” zegt Maurice. “Toen mocht ik als assistent controller mee naar audits. Gesprekken voeren, beleid bekijken, processen analyseren. Dat was voor het eerst minder operationeel en meer adviserend.” Hij kijkt mee met ervaren controllers en ziet hoe zij gesprekken voeren. “Waarom stelt iemand bepaalde vragen? Waar zit weerstand? Dat soort dingen ga je herkennen.” Hier begint hij te zien wat er achter de cijfers zit. Het werk verschuift van uitvoeren naar analyseren.
Leren door beweging
In die jaren ziet Maurice veel verschillende organisaties van binnen. En juist die afwisseling maakt het leuk. “Je gaat automatisch vergelijken,” legt hij uit. “Bij de ene corporatie doen ze iets zus, bij de andere zo. Dan denk je: hé, dit kan slimmer.” Die kennis groeit met elke opdracht. “Je neemt overal iets mee. Procesmatig, maar ook in hoe je dingen aanpakt of bespreekt.” Tegelijkertijd merkt hij dat het niet alleen om inhoud gaat. “Je ontwikkelt ook je sociale vaardigheden. Je leert hoe je met verschillende mensen omgaat, hoe je gesprekken voert. Dat is minstens zo belangrijk.”
Hoe snel je meer verantwoordelijkheid krijgt, verschilt volgens Maurice sterk per persoon. Zelf zocht hij die ontwikkeling bewust op. “In het begin heb ik overal ja op gezegd,” vertelt hij. “Juist omdat ik het belangrijk vond om de basis goed te begrijpen. Als je weet hoe processen lopen en waar mensen in de praktijk tegenaan lopen, kun je later ook beter adviseren.”
Volgens hem zit groei niet alleen in kansen krijgen, maar ook in ze durven pakken. “Je moet laten zien wat je kunt en ook zelf aangeven waar je naartoe wilt. Als je een pad voor jezelf ziet, kun je dat bij Hofmeier goed bespreekbaar maken. Uiteindelijk kijken zij ook: wat durven we met iemand aan en welke opdracht matcht goed? Maar je moet het zelf ook een beetje durven.”
De opdracht bij Maaswonen markeert een nieuwe fase in de ontwikkeling van Maurice. Hij start er als junior controller en krijgt voor het eerst zelfstandig de verantwoordelijkheid om audits uit te voeren en rapportages op te stellen. Op dit punt in het gesprek schuift ook Gerard de Heide aan.
Gerard, kun je kort toelichten wat jouw rol is en welke vraag er lag toen Maurice bij Maaswonen startte?
“Ik ben concerncontroller bij Maaswonen en SOR. Daarnaast houd ik me bezig met privacy en security en dat vraagt behoorlijk wat aandacht. Het auditwerk moet ondertussen ook gewoon doorgaan. Daarom zochten we iemand die dat kon oppakken. Zo kwam Maurice in beeld en kreeg ik meer ruimte voor die andere onderwerpen.”
Maurice kreeg daarmee voor het eerst zelf de lead in het uitvoeren van audits. “Bij eerdere opdrachten keek ik vaak nog mee, vertelt hij. “Hier moest ik het echt zelf doen. In het begin is dat natuurlijk even zoeken, maar juist daardoor leer je snel. Je moet processen doorgronden, gesprekken voeren en bepalen waar risico’s of verbeterpunten zitten.”
Gerard gaf hem daarin de basis, maar liet hem ook zijn eigen weg vinden. Hij vertelt: “Ik heb Maurice laten zien hoe ik mijn audits aanpak en vanuit daar heeft hij zijn eigen manier gevonden. Hij pakt dingen snel op.” Die combinatie van vertrouwen en begeleiding werkt voor Maurice prettig. “Als ik vragen heb, kan ik altijd bij Gerard terecht. Tegelijk krijg ik de ruimte om het zelf te doen.”
In zijn rol spreekt Maurice met managers en medewerkers om processen te analyseren en verbeterpunten in kaart te brengen. Daarbij merkt hij dat een audit niet altijd meteen met open armen wordt ontvangen.
Welke uitdaging komen jullie daarin vaak tegen?
Volgens Gerard zit die uitdaging vooral in de beeldvorming rond audits. “Mensen zien je soms als een soort politieagent die komt controleren of ze iets fout doen. Terwijl wij juist langskomen om te helpen verbeteren. Een audit is er om van te leren, niet om iemand ergens op af te rekenen.”
Bouwen aan vertrouwen
Maurice merkt hoe belangrijk het is om dat vertrouwen actief op te bouwen. “Door de werkdruk op de afdelingen komt een audit soms ongewenst tussendoor. Ook hebben minder positieve ervaringen uit het verleden soms nog impact op de beleving van een audit nu. De manier waarop je zo’n gesprek in gaat maakt veel verschil. Ik probeer een open sfeer te creëren, zodat mensen zich vrij voelen om te vertellen hoe dingen echt lopen. Je wilt niet dat iemand het gevoel heeft dat hij zich moet verdedigen.”
Juist de menselijke kant van het werk blijkt daarin bepalend.
Gerard: “Je leert in opleidingen wel hoe je een auditrapport opstelt, maar hoe je zo’n gesprek voert en mensen meeneemt in verbeteringen krijgt relatief weinig aandacht.” Maurice herkent dat. “Juist dat sociale stuk leer je niet uit een boek. Dat ontwikkel je vooral in de praktijk.”
De samenwerking tussen Maurice en Gerard werkt twee kanten op.
Maurice, wat leer jij van Gerard?
Hij hoeft niet lang na te denken. “Ik kan altijd bij Gerard terecht als ik ergens vragen over heb. Hij heeft ontzettend veel kennis en wijst me soms op dingen waar ik zelf nog niet aan gedacht had.” Minstens zo belangrijk is het vertrouwen dat hij krijgt.
“Ik ben eigenlijk meteen zelfstandig aan de slag gegaan. Gerard laat me daarin vrij, maar ik weet dat ik altijd kan sparren als dat nodig is.”
Andersom waardeert Gerard juist de frisse blik van Maurice. “Hij kijkt anders naar dingen. Zaken die voor mij vanzelfsprekend zijn, stelt hij ter discussie. Dat houdt je scherp.” Met een glimlach voegt hij toe: “En hij laat niet snel los.” “Ik ben wel een beetje dwars, ja,” lacht Maurice.
Voor Maurice speelt de actualiteit van de woningmarkt een belangrijke rol. “Ik ben zelf 26 en woon nog niet zo lang op mezelf. Dan merk je hoe moeilijk het is om een woning te vinden. Er moeten gewoon veel huizen bij. Het is een sector die volop in beweging is en waar je echt iets kunt bijdragen.” Juist dat maatschappelijke aspect motiveert hem. “Naast het financiële stuk heb ik het gevoel dat ik ergens aan bijdraag. Voor sommige mensen is alleen geld een motivator, maar ik vind het juist mooi dat het werk ook maatschappelijke impact heeft.”
Gerard herkent dat. “Uiteindelijk doe je het voor de huurders. Je levert een bijdrage aan goede huisvesting voor mensen die daar niet altijd vanzelf toegang toe hebben.” Volgens hem maakt dat de sector dynamisch en relevant. “Het is allang geen ‘geitenwollensokken’-sector meer. Organisaties moeten steeds vaker zelf keuzes maken en vooruitkijken. Dat maakt het werk interessant.”
Tot slot vragen we Maurice en Gerard welk advies zij young professionals zouden meegeven. Maurice benadrukt vooral het belang van initiatief en nieuwsgierigheid: “Niet te snel nee zeggen tegen dingen. Natuurlijk moet je de kans krijgen, maar je moet hem ook wel pakken. Je kunt best een keer op je bek gaan – liever niet – maar dat is wel hoe je leert. Je moet niet te veel beren op de weg zien. Gewoon doen.”
Kijk in verschillende keukens
Volgens hem helpt het om bewust verschillende omgevingen te verkennen. “Kijk in veel verschillende keukens en vergelijk hoe organisaties werken. Daar leer je ontzettend veel van. En wees niet bang om vragen te stellen. Mensen vinden het meestal juist leuk om uit te leggen wat ze doen.”
Voor Gerard zit de aantrekkingskracht van het werk vooral in de maatschappelijke impact. “Je levert uiteindelijk een bijdrage aan iets groters. Je doet het voor de huurders. Dat maakt het werk waardevol.”
Bij Hofmeier geloven we in doen, durven en veel vragen stellen. Wij bieden je de opdrachten en de coaching, jij zorgt voor de scherpte en de groei. Ontdek hoe jouw loopbaan er over vijf jaar uit kan zien en sluit je aan bij de club!
Bekijk onze vacatures of ontdek meer op werken bij Hofmeier.